Bukk Nationaal Park vs Matra gebergte: waar ga je wandelen?
Zit je in de buurt van Boedapest en heb je zin om even de stad uit te gaan voor een stevige wandeling?
Dan sta je voor een leuke keuze. In Hongarije heb je twee fantastische plekken die allebei roepen: "kom me ontdekken!" Het Bukk Nationaal Park en het Mátra gebergte. Beide zijn groen, uitgestrekt en perfect om je benen te strekken.
Maar ze voelen anders. Heel anders. De een is een zachtgolvend park, de ander een echte berg met een top van bijna 1000 meter.
Waar moet je nu echt naartoe? Laten we het even helder op een rijtje zetten, zodat je weet wat je kunt verwachten.
De sfeer: Dichte bossen vs. Weidse uitzichten
Stap je de auto uit in het Bukk Nationaal Park, dan voelt het meteen als een warm bad van groen.
Dit is het grootste aaneengesloten bosgebied van Noord-Hongarije. De lucht is er fris, je ruikt de naalden en het voelt een beetje als een sprookjesbos. De paden zijn er vaak bedekt met een zacht laagje dennennaalden.
Je wandelt er tussen immense eiken en beuken, en af en toe breekt het zonnetje door het bladerdak. Er is hier bijna geen wind.
Het is knus, beschut en je hebt constant het gevoel dat je door een levend museum wandelt.
Vooral de rotsformaties, zoals de 'Isten-kő' (Godsrots), geven het park een magische sfeer. Het Mátra gebergte, aan de andere kant, is een heel ander beestje. Dit voelt echt als 'de bergen'. Zodra je de hellingen opdraait, wordt het uitzicht groter. Je klimt.
De bossen maken hier en daar plaats voor open vlaktes en graslanden. En als je eenmaal bovenop de Kékes bent – de hoogste berg van Hongarije op 1014 meter – dan kijk je met goed weer kilometers ver.
Je ziet de Grote Hongaarse Laagvlakte liggen, en als het helder is, kun je zelfs de toppen van de Tatra zien in Slowakije. Het Mátra voelt avontuurlijker, meer 'uitdaging', minder 'knus'.
De wandelpaden: Strakke routes vs. Avontuurlijke klimmetjes
Als je van makkelijk wandelen houdt, dan is Bukk je vriend. De paden zijn er over het algemeen goed onderhouden.
Veel ervan zijn verhard of bestaan uit stevige kiezels, wat ze toegankelijk maakt voor bijna iedereen. Je kunt er prachtige, georganiseerde routes lopen die duidelijk zijn gemarkeerd met de standaard Hongaarse wandeltekens (gele streep, rode streep, etc.).
Denk aan een rondje van 5 of 10 kilometer waarbij je geen kaart nodig hebt. Ideaal voor gezinnen met kinderen of als je gewoon relaxed wilt wandelen zonder dat je constant om je heen hoeft te kijken waar je voet neerzet. In het Mátra is het een ander verhaal. Hier moet je echt werk van maken.
De routes zijn vaak steiler en meer 'wild'. Je hebt hier echt paden die omhoog gaan en niet meer stoppen tot je boven bent.
De 'Kékes-túra' is een klassieker, maar die is pittig. De ondergrond wisselt van aarde tot losse stenen. Het is hier opletten geblazen.
Voor de geoefende wandelaar is dit heerlijk: je voelt je echt een berggeit. Maar als je net begint met wandelen of last van je knieën hebt, kan het Mátra best zwaar zijn. Je moet hier echt water en goede schoenen meenemen.
Extra's onderweg: Cultuurschatten vs. Berghutten
Een groot verschil zit 'm in de extra's. Het Bukk Nationaal Park zit vol met cultuur en geschiedenis.
Je wandelt er letterlijk langs historische plekken. Denk aan de ruïnes van de abdij van Bél, een middeleeuwse schat. Of je komt de 'Bükki Csillagda' (Sterrenwacht) tegen, die je kunt bezoeken.
Er zijn in de omgeving van de parking bij Lillafüred genoeg plekken waar je na een wandeling direct een terrasje pakt of een ijsje haalt.
Het voelt als een dagje uit waarbij wandelen en cultuur snuffelen hand in hand gaan. In het Mátra draait het meer om de bergsport en de natuur op z'n puurst. Je vindt er berghutten, zoals de 'Kékes Turistaház', waar je kunt neerploffen voor een kom goulashsoep of een Hongaars biertje. De extra's hier zijn de uitzichtpunten en de rust.
Er zijn minder historische gebouwen te vinden, maar wel meer plekken om even helemaal nergens aan te denken. Het is pure ontspanning voor de ziel. In de zomer worden er in de dorpen aan de voet van de berg (zoals Parád) vaak lokale festivals gehouden, wat een leuk extraatje is na je klim.
Prijskaartje en Bereikbaarheid
Beide parken zijn makkelijk te bereiken vanuit Boedapest, maar het Bukk Nationaal Park ligt net iets gunstiger voor een dagtripje.
Met de auto ben je vanaf Boedapest in ongeveer 1,5 tot 2 uur bij de ingang van het park (bij Miskolc of Szilvásvárad). Het openbaar vervoer is er goed geregeld met treinen naar Miskolc en vandaaruit busjes. De toegang tot de parken zelf is gratis.
Je betaalt alleen voor parkeerplaatsen, wat meestal rond de €4-€6 per auto ligt. Eten in de regio is betaalbaar; een diner in een 'csárda' (traditioneel restaurant) kost je al gauw €15-€20 per persoon.
Voor het Mátra moet je iets verder reizen. Vanaf Boedapest ben je met de auto al gauw 2 uur onderweg, afhankelijk van waar je precies naartoe gaat (parádsasvár of Mátraháza).
De treinverbindingen zijn iets minder frequent, dus een auto is wel een pré. Ook hier is de toegang gratis, maar parkeren kost geld (ongeveer €3-€5). De accommodaties in het Mátra zijn vaak wat duurder dan in het Bukk, vooral als je bovenop de berg wilt slapen in een berghotel. Een overnachting in een eenvoudig hotelletje in de regio kost al gauw €60-€80 per nacht voor een tweepersoonskamer.
De Keuzehulp: Welke kies jij?
Nu moet je een beslissing maken. Het hangt echt af van wat voor type wandelaar je bent.
Beide plekken zijn fantastisch, maar ze spreken een andere taal. Wil je liever het Hortobágy Nationaal Park bezoeken voor de uitgestrekte vlaktes? Hieronder vind je een simpel overzicht om je keuze te vergemakkelijken. Kies het Bukk Nationaal Park als:
Je houdt van afwisseling tussen natuur en cultuur.
Je wilt graag door dichte bossen wandelen waar het stil is. Je bent met kinderen of hebt niet de allerbeste wandelschoenen nodig.
Je wilt na de wandeling makkelijk een restaurantje vinden. Je zoekt een dagje uit dat voelt als een sprookje.
En je wilt niet te ver rijden vanuit Boedapest of het Balatonmeer. Kies het Mátra gebergte als:
Je bent een echte wandelaar die graag hoogte wil maken. Je houdt van panorama-uitzichten en het gevoel van een 'echte' berg. Je bent in goede conditie en hebt stevige wandelschoenen aan.
Je wilt even helemaal loskomen van de stad en houdt van de rust die alleen de bergen kunnen geven. Je bent bereid om langer te reizen voor een spectaculairder uitzicht.
Een derde optie: De Middenweg
Kun je niet kiezen of heb je meer tijd? Combineer ze! De regio's liggen allebei in Noord-Hongarije en zijn prima te combineren in een weekendje weg. Boek een hotel in Eger (een prachtige stad met thermale baden, trouwens!).
Vanuit Eger zit je zowel op een uurtje rijden naar het Mátra als naar het Bukk.
Zo krijg je het beste van twee werelden: op zaterdag een stevige klim in de Mátra en op zondag een cultuurtje en een boswandeling in Bukk. Of, als je toe bent aan ontspanning na al dat wandelen, breng dan een bezoek aan het Duna-Ipoly Nationaal Park of pak op de terugweg naar Boedapest even een thermalbad in Miskolc (Miskolctapolca) of in Eger. Zo sluit je je Hongaarse wandelavontuur perfect af.