Egerszalok thermaalbad: kalksinterterrassen als in Turkije
Zin in een bad dat aanvoelt als een sprookje? Egerszalók is jouw antwoord. Vergeet verre vliegvakanties naar Turkije.
In Hongarije, op een uurtje rijden van Boedapest, vind je een plek waar de natuur zelf een badkamer heeft gebouwd.
Witte terrassen, warm water dat over je heen stroomt en een uitzicht dat je even doet vergeten waar je bent. Dit is de place-to-be voor wie van thermale baden houdt, maar dan net even anders.
Wat zijn die kalksinterterrassen eigenlijk?
Stel je voor: je loopt langs een riviertje. Het water is rijk aan kalk.
Als het water over de randen van de terrassen stroomt, verdampt het en blijft de kalk achter. Na duizenden jaren bouwt de natuur zo een gigantische witte trap van kalksteen. Zo’n 100% natuurlijke warmwaterbron. In Turkije heb je Pamukkale, een wereldberoemde versie.
In Egerszalók vind je de Hongaarse variant. Misschien iets minder groot, maar wel net zo’n magisch gezicht.
Je ziet de witte afzettingen al van verre liggen. Het voelt alsof je op een andere planeet bent beland.
Het water dat erdoorheen stroomt, is 65°C warm en zit boordevol mineralen. Goed voor je huid, je spieren en je humeur. De Hongaren noemen het niet voor niets ‘het goud van de aarde’.
Hoe werkt het baden in Egerszalók?
Je kunt op twee manieren genieten van Egerszalók. De goedkoopste en meest avontuurlijke optie is het Sódomb (zoutberg).
Dit is het openlucht gedeelte direct bij de bron. Je betaalt hier ongeveer €12 voor een dagticket. Je loopt dan over houten vlonders tussen de witte terrassen door.
Zoek een plekje uit en laat het warme water over je voeten stromen.
Of ga zitten op een van de plateaus en laat je masseren door het water. Let op: dit is geen infinity pool met een cocktailbar. Dit is ruig, natuurlijk en voelt heel authentiek.
De tweede optie is het overdekte thermaalbad. Dit is meer een modern zwembadcomplex, gebouwd tegen de heuvel.
Hier betaal je rond de €18 tot €20 voor een dagticket. Binnen vind je verschillende binnenbaden (32°C tot 38°C) en buitenbaden.
De chemie van het water
Het water komt direct uit de bron. De mooiste plek is het panoramabad. Je kijkt vanuit het warme water zo het dorp in en over de heuvels. Dit is waar de meeste toeristen naartoe gaan.
Comfortabeler, met ligbedden en faciliteiten zoals een sauna (tegen betaling). Het water van Egerszalók is zogenaamd natrium- en calcium-magnesium bicarbonaat water.
Een mond vol, maar het betekent simpelweg dat het zeer zout en mineralenrijk is. Het voelt zwaarder aan dan gewoon zwembadwater. Je blijft als het ware drijven.
Dit is precies waarom het zo goed werkt bij reuma, gewrichtsklachten en huidproblemen. Je lichaam krijgt hier echt een boost.
Prijzen en combinaties: van goedkoop tot luxe
Je hoeft hier niet de hoofdprijs te betalen voor een ontspannen dag.
De lokale bevolking komt hier ook graag. Een dagje Sódomb (buiten) is perfect voor wie van ruig en naturel houdt. Let wel op de openingstijden; in de winter is het buitenbad soms beperkt open of dicht bij strenge vorst. Binnen is het altijd warm.
Wil je er een complete vakantie van maken? Combineer je bezoek dan met het historische kasteel van Eger; de omgeving barst van de accommodaties.
Je vindt hier kleine guesthouses en B&B’s vanaf €60 per nacht. Wil je wat meer luxe?
Boek dan een hotel in Eger zelf, op 15 minuten rijden. Hotels zoals het Imola Hotel of Park Hotel Avar combineren het verblijf vaak met toegang tot het grootste bad in de stad of andere thermen in de regio. Kijk voor arrangementen bij lokale reisbureaus die gespecialiseerd zijn in Hongarije, vaak vind je dan deals voor 3 dagen inclusief halfpension voor zo’n €250 per persoon.
Voor de kampeerders onder ons: er zijn campings in de directe omgeving. Camping Eger is een bekende optie, ideaal te combineren met vogelspotten in het Kiskunság Nationaal Park.
Vanaf hier rijd je in 15 minuten naar de baden. Kamperen kost ongeveer €15-€20 per nacht per persoon excl. stroom. Ideaal voor wie met de auto door Hongarije reist en de Balaton ook wil meepakken (dat is een uurtje rijden verderop).
Praktische tips voor je bezoek
Egerszalók is populair, vooral in het weekend en tijdens de Hongaarse schoolvakanties (juli-augustus).
Wil je de massa voor zijn? Ga op een doordeweekse dag of vroeg in de ochtend. De sfeer is dan het allerbeste: stilte, mist over het water en alleen het geluid van stromend water.
Wat neem je mee? Handdoeken (die kun je huren, maar meenemen is goedkoper), slippers (de kalk kan scherp zijn aan je voeten) en waterschoenen zijn echt een aanrader voor het Sódomb.
Vergeet niet dat het water best warm is. Neem de tijd en drink voldoende water om uitdroging te voorkomen.
Zonnebrandcrème is essentieel; het witte gesteente reflecteert de zon enorm. Eten en drinken: Direct bij de baden zijn simpele eettentjes (een broodje hamburger, friet). Voor een goede maaltijd rijd je het beste naar het dorp Egerszalók of Eger. Probeer in Eger zeker de lokale wijn (Egri Bikavér, oftewel ‘Stierbloed’).
Na een dag baden smaakt die extra goed. De beste tijd: Elk seizoen heeft zijn charme.
In de zomer is het heerlijk om af te koelen in het water. In de herfst kleuren de bossen rondom prachtig rood en geel. En in de winter? Niets is fijner dan met temperaturen onder nul in het stomende warme water te liggen.