Villany wijnpad wandelen: van kelder naar kelder
Stel je voor: je loopt door een glooiend heuvellandschap, de zon verwarmt je schouders en overal ruik je de zoete geur van rijpe druiven. Je hebt een stevige wandelschoen aan en een lege maag, want vandaag draait alles om wijn.
Dit is het Villány Wijnpad, een van de leukste dingen die je kunt doen in het zuiden van Hongarije. Het is geen race van A naar B. Het is een wandeling van kelder naar kelder, van proeverij naar proeverij, en van terras naar terras.
Je combineert hier sportief bezig zijn met de allerbeste Hongaarse wijn. En dat alles op een uurtje rijden vanaf Pécs of een paar uurtjes vanaf Boedapest.
Wat is het Villány Wijnpad precies?
Het Villány Wijnpad (in het Hongaars: Villányi Borút) is een bewegwijzerde wandelroute van ongeveer 10 kilometer die je leidt door de wijngaarden en langs de kelders van Villány.
Het is een initiatief van de lokale wijnbouwers om bezoekers kennis te laten maken met hun werk en hun wijn. Je kunt de route in een dag wandelen, maar je kunt hem ook opdelen in kleinere stukken. De route is een cirkel, dus je komt altijd weer uit waar je begonnen bent.
Het idee is simpel: je loopt, je geniet van het uitzicht, en onderweg stop je bij een wijnboer om een glas te proeven. Het is de perfecte manier om de sfeer van Villány te proeven, zonder je druk te maken over een auto.
Waarom is dit zo'n goed idee? Omdat het de Hongaarse wijnbeleving naar een hoger niveau tilt.
In andere regio's, zoals bij het Balatonmeer, stap je vaak de auto in om van wijnhuis naar wijnhuis te gaan. Hier voelt het authentieker. Je ziet waar de wijn groeit, je voelt de hitte van de zon op de stenen paden en je ervaart de gastvrijheid van de wijnmakers. Het is een combinatie van natuur en cultuur. Overdag wandel je door de rust van de natuur en 's avonds eet je in het dorp Villány, dat vol zit met goede restaurants.
De route: van kelder naar kelder
De route zelf is duidelijk aangegeven met rode bordjes. Je start meestal in het centrum van Villány. Vanuit daar loop je al snel de wijngaarden in.
De eerste kilometers geniet je vooral van de stilte en het landschap.
De heuvels hier zijn bezaaid met eeuwenoude wijnkelders, die in de grond zijn gebouwd. Ze zien eruit als kleine huisjes met een deur en een raampje, maar ze zijn grotendeels ondergronds om de temperatuur laag te houden.
Onderweg kom je verschillende wijnboeren tegen die hun deur openzetten voor bezoekers. Je hoeft niet te reserveren; je loopt gewoon naar binnen. Een van de bekendste stops onderweg is Pincefalu.
Dit is letterlijk een 'kelderdorp'. Hier staan tientallen wijnkelders bij elkaar, vaak met een gezellig terras ervoor.
Het is de ideale plek voor je eerste proeverij. Je kunt hier kiezen voor een glas (€2-€4) of een proefplankje met 3 of 4 verschillende wijnen (€8-€12). De meeste wijnboeren hier zijn gespecialiseerd in de blauwe druivensoorten Kékfrankos en Portugieser, en natuurlijk de beroemde Villányi Portugieser. De wijn is hier vaak krachtig, fruitig en perfect bij een stuk vlees van de grill.
De route loopt verder via smalle paadjes tussen de wijngaarden door naar andere wijnmakerijen. Denk aan bekende namen zoals Bock of Wykrisky, maar ook aan kleinschalige families.
De totale wandeling duurt, zonder stops, zo'n 2,5 tot 3 uur. Als je onderweg bij 3 of 4 kelders stopt voor een glas en een praatje, ben je makkelijk een hele dag onderweg.
Tegen het einde van de wandeling loop je weer terug het dorp in, waar je kunt eindigen met een uitgebreide maaltijd. Villány staat bekend als de 'Hongaarse Bourgogne' voor de beste rode wijnen van Hongarije. De zomers zijn er heet, waardoor de druiven perfect rijpen.
Wat voor wijn kun je verwachten?
De absolute ster is de Villányi Portugieser. Dit is een lichte, fruitige wijn die je makkelijk drinkt. Ideaal voor bij de lunch.
Daarnaast is de Kékfrankos (Blaufränkisch) een aanrader. Die is wat kruidiger en heeft meer karakter.
Hou je meer van zware, complexe wijnen? Proef dan zeker een Bordeaux-melange, waarbij de wijnboeren Cabernet Sauvignon, Merlot en Cabernet Franc mixen.
Die kosten vaak wel iets meer, tussen de €10 en €20 per fles. Witte wijn vind je hier minder, maar de quelques die ze maken (bijvoorbeeld van de Olaszrizling) zijn vaak verrassend goed.
Prijzen en praktische zaken
Het wandelen op zichzelf is gratis. Je betaalt alleen voor wat je consumeert.
De kosten hangen dus helemaal af van hoe enthousiast je wordt. Een gemiddelde proeverij kost tussen de €8 en €15 per persoon.
Een fles wijn meenemen? Die heb je al vanaf €6 tot €8 voor een basisfles, tot €20-€25 voor een topwijn. Een lunch bij een wijnboer (denk aan een plateau met ham, kaas en brood, of een gegrild varkenshaasje) kost ongeveer €12 tot €20.
Voor degenen die liever niet alles zelf uitstippelen, zijn er ook georganiseerde tours. Deze zijn vaak in het Engels of Duits te boeken. Je betaalt dan rond de €50 tot €70 per persoon. Dit is vaak inclusief vervoer vanaf Pécs of Boedapest, de wandelgids, en de proeverijen bij drie verschillende wijnhuizen.
Dit is een goede optie als je geen zin hebt om te navigeren of als je meer wilt leren over de wijnbouwgeschiedenis.
Je hebt dan wel een vaste planning, maar je weet zeker dat je bij de beste plekken terechtkomt. Je kunt het beste overnachten in Villány zelf of in de nabijgelegen stad Pécs.
Overnachten in de regio
Villány heeft charmante guesthouses en wijnhotels, ideaal voor wie de wijnroute in Villány wil volgen. Denk aan een verblijf in Hotel PortaVilla of een van de vele B&B's die in wijnkelders zijn omgebouwd. Prijzen liggen hier rond de €60-€90 per nacht voor een kamer.
Als je Villány te klein vindt, is Pécs op 40 minuten rijden een bruisende alternatief.
Daar vind je hostels vanaf €25, maar ook luxe hotels zoals het Hotel Fönix voor rond de €100. Vanuit Pécs kun je makkelijk met een taxi of het openbaar vervoer naar Villány. Als je een echte natuurliefhebber bent, kun je ook kamperen.
In de omgeving van Villány zijn er kleine campings waar je je tentje opzet voor ongeveer €10-€15 per nacht. Dit is perfect als je in de zomermaanden komt, wanneer de nachten warm zijn.
Combineer je wandeling op het wijnpad of een tocht naar de Kékes top met een bezoek aan de thermale baden van Harkány, dat vlakbij ligt.
Zo combineer je de inspanning van het wandelen met de ontspanning van het baden.
Praktische tips voor je wandeling
Om optimaal te genieten van je dag op het Villány Wijnpad, is een goede voorbereiding essentieel. Hier zijn een paar concrete tips:
- Water en schoenen: Draag stevige wandelschoenen. De paden zijn soms rotsachtig en stijl. Neem een fles water mee. De Hongaarse zon is meedogenloos, zelfs in het voor- en najaar.
- Timing: Begin vroeg. Rond 10:00 uur 's ochtends. Zo vermijd je de grootste hitte en heb je de wijnkelders vaak voor jezelf. De meeste kelders openen rond 10:00 of 11:00 uur.
- Geld: Hoewel veel plekken pin accepteren, zijn er kleine, familie-eigen kelders die alleen contant geld aannemen. Neem dus voldoende Forint (HUF) mee. Een bedrag van €50 per persoon aan cash is een veilige gok.
- Eten: Eet iets stevigs voordat je begint. Hoewel je onderweg kunt eten, is het verstandig om niet op een lege maag te beginnen met wijn proeven. Een Hongaarse "lecsó" (paprika-gerecht) is een perfecte bodem.
- Respect: Onthoud dat dit nog steeds een werkgebied is. Ga niet zomaar tussen de rijen druiven lopen. Blijf op de paden en wees respectvol tegen de wijnmakers. Een glimlach en een "Köszönöm" (dankjewel) doen wonderen.
Met deze tips ben je helemaal klaar voor een onvergetelijke erv