Tsjardas dans: traditionele Hongaarse volksdans leren
Stel je voor: je zit op een terrasje in Boedapest, ergens in de schaduw van de Grote Markthal.
De geur van gegrilde paprika en ui hangt in de lucht. Op de achtergrond klinkt vioolmuziek, diep en passioneel.
Dan staan er opeens twee mensen op, een man en een vrouw. Hun bewegingen zijn eerst langzaam, bijna aarzelend, en dan ineens wild en sneller dan je voor mogelijk hield. Dit is de Tsjardas. Niet zomaar een dans, het is het Hongaarse hart, kloppend op muziek.
Het is een verhaal van hoop, verdriet en vreugde, en het is veel makkelijker om te leren dan het eruitziet.
Ik ga je laten zien hoe je de basis onder de knie krijgt, zodat je de volgende keer niet alleen toekijkt, maar zelf de beat voelt.
Wat is die Tsjardas eigenlijk?
De Tsjardas (spreek uit: tsjar-dáss) is een traditionele Hongaarse paren dans. Het woord komt van het Italiaanse 'cassa', wat kist of doos betekent, maar dat maakt het niet veel duidelijker.
Belangrijker is dat het een dans is die bestaat uit twee delen: een langzaam deel (lassú) en een snel deel (friss). De lassú is de intro, de sfeermaker. De friss is de ontlading, de energie die eruit knalt.
Je kunt het vergelijken met het leven zelf: eerst rustig nadenken, en daarna voluit gaan. Je ziet de Tsjardas overal in Hongarije.
In een chique restaurant in Boedapest, maar ook op een bruiloft in een klein dorpje aan het Balatonmeer.
Het is de nationale dans, een symbool van trots en verbinding. Vroeger werd de dans gedanst door herders en boeren, nu dansen toeristen en locals zij aan zij. Het is een dans die je niet alleen met je voeten doet, maar met je hele lichaam en ziel. De muziek is vaak begeleid door een cimbaal, een soort hangende trommel die een heel eigen geluid geeft.
Waarom zou jij dit nu leren? Omdat het je reis naar Hongarije een extra dimensie geeft.
Het is een geweldige ijsbreker. Je kunt in een hotel in Eger of een camping aan het Balatonmeer zo een gesprek beginnen. 'Ken je de Tsjardas?' werkt altijd.
Bovendien is het een heerlijke manier om je energie kwijt te kunnen na een dag stadswandelen door Boedapest.
Je voelt je meteen een stuk minder een toerist en een stuk meer een local.
De basis: de 'lassú' (langzaam)
Alles begint bij de houding. Je staat recht, je schouders ontspannen, je kin een beetje omhoog. Je kijkt je partner aan.
Je armen zijn gebogen, alsof je een denkbeeldige bal vasthoudt. De man heeft zijn rechterhand op de linkerschouder van de vrouw, de vrouw legt haar linkerhand op de rechterschouder van de man.
De andere handen rusten op de heup. Dit is de startpositie.
Voelt een beetje onwennig? Dat is normaal. Blijf ademen. De beweging van de lassú is een soort langzame draai. Je zet kleine stapjes opzij, naar rechts, en dan weer naar links.
De kunst is om je bovenlichaam stil te houden en je heupen te laten bewegen.
Je beweegt als het ware in een vierkantje. Rechts, vooruit, links, achteruit. De pas is zwaar, alsof je door modder loopt. Elke stap is een bewuste keuze.
Dit deel duurt ongeveer 3 tot 4 minuten. Het is een moment van rust en verbinding met je danspartner.
Probeer dit maar eens in je woonkamer. Zet een Tsjardas-nummer op van YouTube.
Zoek op "lassú czardas". Je zult horen dat de muziek rustig en waardig is. Doe je armen in de startpositie.
Zet een stap naar rechts, draai je bovenlichaam een beetje mee. Dan een stap naar links. Blijf laag, buig een beetje door je knieën.
Het gaat niet om snelheid, het gaat om sfeer. Voel de muziek in je lichaam.
Je voelt je een Hongaarse graaf of gravin.
De ontlading: de 'friss' (snel)
Na de rust komt de storm. De muziek versnelt, de violen worden hoger en de cimbaal gaat los.
De 'friss' is de snelle variant. De basispassen veranderen niet, ze worden alleen veel, veel sneller. Je stapt niet meer, je springt. Je draait niet meer, je tol.
Dit is het moment dat je je energie eruit gooit. De armen kunnen iets losser, je mag wat meer bewegen.
De glimlach op je gezicht mag breder. De man neemt het initiatief.
Hij bepaalt de tempo en de richting. Hij draait de vrouw met zich mee. De vrouw volgt, maar ze moet alert zijn.
Ze moet anticiperen op de bewegingen van de man. Een typisch figuur in de friss is de 'draaiende stap'.
De man draait de vrouw een paar keer om zijn as. Je kunt dit zien in de dansshows in de thermale baden van Miskolc, waar ze dit vaak demonstreren. Het ziet er spectaculair uit, maar het is gebaseerd op dezelfde basis als de lassú.
Je hoeft geen professionele danser te worden. Een simpele versie van de friss is gewoon snelle stapjes op de maat van de muziek.
Je kunt je armen in de lucht gooien, een beetje springen. Het gaat om de vreugde.
Als je in een camping aan het Balatonmeer bent en er is 's avonds een feest, probeer het dan gewoon.
Niemand kijkt raar op. Ze juichen je juist toe. Doe je schoenen uit, voel het gras onder je voeten en ga ervoor.
Waar en hoe leer je het?
Als je in Boedapest bent, is er een simpele, goedkope optie. Ga naar het House of Folk Arts (Néprajzi Múzeum), ontdek meer over lokale natuur en cultuurprojecten of kijk in de culturele agenda van de stad. Er zijn regelmatig openbare dansavonden of workshops voor toeristen.
Je betaalt daar meestal tussen de €10 en €15 per persoon voor een uurtje les.
Je leert daar de basispassen in een groep, vaak met locals die je helpen. Het is een feestje.
Een andere optie is de Szimpla Kert, de bekendste ruin bar van Boedapest. Op zondagavond hebben ze vaak live muziek en een dansvloer. Je hoeft je niet aan te melden.
Je betaalt een consumptie (een biertje kost ongeveer €4-5) en je kunt gewoon aansluiten.
Kijk even hoe de locals het doen en probeer het na. Dit is de meest authentieke manier. Je leert het niet in een klaslokaal, maar op de dansvloer. Als je wat verder wilt gaan, kun je op zoek naar een volksdansgroep.
In de Balaton regio, rondom het meer, zijn vaak zomerse optredens en workshops. In steden als Veszprém of Siófok kun je lessen volgen bij een lokale vereniging.
De prijzen variëren, maar een dagcursus kost vaak tussen de €25 en €40.
Dit is voor als je echt de diepte in wilt, met de juiste kleding en de echte technieken. Je leert dan ook de geschiedenis achter de dans. Een heel andere optie is tijdens een verblijf in een thermaal bad.
In de Gellért Spa of de Széchenyi Baden in Boedapest worden soms dansdemonstraties gegeven. Soms mag je meedoen. Het water maakt je bewegingen lichter en het is een grappige ervaring.
De entree voor de Széchenyi Baden is ongeveer €25 voor een dagticket.
Je betaalt dus voor het zwemmen, en de dans is een gratis extraatje. Een unieke combinatie.
Praktische tips voor de beginnende Tsjardas-danser
Wat trek je aan? In Boedapest hoef je geen traditionele kleding te kopen.
Dat is duur en onhandig voor één keer. Een nette spijkerbroek en een shirtje werken prima voor mannen.
Vrouwen kunnen een rokje of een jurkje aan, iets wat goed draait. Draag vooral schoenen die niet uitglijden. In de zomer op het Balatonmeer draag je slippers, maar voor de dans is blote voeten of gympies beter.
Je wilt niet uitglijden tijdens een draai. Wat als je geen partner hebt? Geen probleem!
Tsjardas kun je ook solo dansen, of in een groepscirkel. Tijdens een avond vol traditionele Hongaarse volksmuziek en dans kun je in de snelle friss je armen in de lucht gooien en op één plek springen. Of je danst even met een wildvreemde; Hongaren zijn open en vriendelijk.
Zeg gewoon "Tsjardas?" en lach. Je zult versteld staan hoe snel iemand je meeneemt.
De belangrijkste tip: maak je geen zorgen over perfectie. Het gaat niet om de juiste pas. Het gaat om de emotie. De Tsjardas is een uiting van het Hongaarse karakter: trots, een beetje stijf, en dan opeens wild en onger