Hongaarse gulden en pengő: de valuta voor de Forint
Stel je voor: je staat bij een automaat op Budapest Keleti station.
Je wilt een ticket naar het Balatonmeer, een fles water en een langlekkere kürtőskalács. Je scint je pas, maar de display knippert onbegrijpelijk. Een vriendelijke local zucht: "Nee, forint, graag." Het is zo’n typisch reismoment.
Geld is de sleutel tot alles. En in Hongarije is dat geld de forint.
De gulden en pengő? Dat is geschiedenis. Die oude verhalen helpen je niet aan een ijsje. De forint wel.
Dit is wat je écht moet weten, zonder ingewikkelde financiële termen, gewoon praktisch.
De forint is koning (en de gulden en pengő zijn zijn grootvaders)
Laten we meteen helder zijn: vandaag de dag betaal je in Hongarije met de forint (HUF).
De munt die je kent van je wisselkoers-app. De andere twee namen die je soms hoort, zijn belangrijk om te snappen, maar je kunt er niets meer mee kopen. De Hongaarse gulden was de munt vóór de Tweede Wereldoorlog. En de pengő? Die werd na de oorlog ingevoerd, maar door extreme inflatie zo waardeloos dat je er een heel huis voor kon kopen, en de volgende dag nog maar een brood.
Het was de inflatie die de Hongaren deed besluiten: we beginnen opnieuw. Sinds 1946 is de forint de stabiele munt.
Stabiel, ja, maar wel met een eigen karakter. Waarom is dit verhaal relevant voor jou?
Omdat je het soms terugziet. In een museum in Boedapest, op een oud biljet in een souvenirwinkel. Maar vooral: omdat het je helpt begrijpen dat Hongarije een eigen koers vaart.
Ze zitten in de EU, maar gebruiken niet de euro. Dat betekent dat je altijd even moet omrekenen in je hoofd.
En dat is soms lastig. Is 5000 forint veel? Is 500 forint een goede prijs voor een koffie? We gaan het helder maken.
Wisselen, pinnen of pinnen? De slimste strategie
Het eerste wat je moet regelen als je landt in Boedapest of aankomt bij het Balatonmeer: geld. Je hebt een paar opties, bijvoorbeeld om 's avonds te genieten van een traditionele Hongaarse dans.
Pinnen bij een automaat is vaak de beste. De automaten op de luchthavens en in grote steden zijn erop ingericht voor toeristen. Ze geven je de optie om direct in forint af te rekenen of in euro’s.
Kies altijd voor forint. Je bank doet de koers dan, en die is meestal beter dan wat de automaat zelf doet.
Verwacht wel een kleine transactiekosten, meestal rond de €2-€4 per keer. Gebruik liever betaalmethoden zonder wisselkoersopslag. Wat je moet vermijden: wisselkantoren op toeristische plekken, zoals bij de Gellért thermen of direct naast de Chain Bridge. Die rekenen woekerprijzen. Ze lokken met 'geen commissie', maar de koers is verschrikkelijk. Een gouden regel: als je contant geld wilt wisselen, loop dan een blokje om.
Vraag bij je hotel (soms hebben ze een service) of zoek een officieel wisselkantoor. Betalen met je pinpas in winkels en restaurants?
Dat kan steeds vaker, vooral in Boedapest. In kleinere dorpjes bij het Balatonmeer of op een camping is contant geld nog steeds koning. Een camping in Balatonfüred vraagt misschien nog steeds om contante borg voor de sleutel.
Wat kost wat? De prijs van een Hongaarse vakantie
Om de forint te voelen, moet je weten wat dingen kosten. We hebben het over de 'echte' prijzen, zonder toeristenopslag.
Zo weet je of je een goede deal hebt of dat je wordt afgezet. Hongarije is over het algemeen goedkoper dan Nederland, maar de inflatie heeft ook hier toegeslagen. Vooral eten en drinken is duurder geworden.
- Thermale baden: Een kaartje voor de beroemde Széchenyi Baden in Boedapest? Reken op ongeveer €20 - €25 voor een hele dag. De Gellért Thermen zitten daar net boven. Ga je naar een kleiner, lokaal bad in een dorpje? Dan ben je vaak nog geen €10 kwijt.
- Overnachten:
- Hotel (3-sterren, Boedapest): €60 - €90 per nacht.
- Appartement/Airbnb (centrum): €70 - €120 per nacht.
- Camping (mooie plek aan het Balatonmeer): €15 - €25 per nacht voor een tentje of camperplek, exclusief stroom en douches.
- Eten & Drinken:
- Goed ontbijt (Túrós Pite): €3 - €5.
- Goedkope lunch (Lángos of Leves): €4 - €7.
- Diner (Goulash in een 'étkezde' - eetcafé): €8 - €12.
- Bijsupermarkt (Een fles water, brood, kaas): €3 - €5.
- Espresso op een terras: €2 - €3.
Maar een biertje op een terras in Boedapest is nog steeds goedkoper dan in Amsterdam. Probeer bij een bedrag van bijvoorbeeld 3000 forint (zo'n €7,50) te denken: "Is dit een normale prijs voor een broodje?" Als je een simpel broodje in een bakkerij ziet, is het prima.
Als het een broodje in een chique zaak aan de Donau is, is het spotgoedkoop.
Die mindset helpt je enorm.
Waar je betaalt (en waar je cash nodig hebt)
De manier van betalen verschilt enorm tussen Boedapest en de rest van het land. In de hoofdstad loop je bijna over de pinpassen.
In de grote winkelketens, de Hema-achtige Winkelmann of de supermarkten zoals Aldi of Spar, werkt pinpas en contactloos betalen (NFC) perfect. Ook in de moderne thermen zoals Széchenyi of de nieuwere restaurants in de Hongaarse 'gastro-revolutie' is pin de norm. Je kunt zelfs in veel taxi's met de card betalen, of gebruik je Uber/Bolt app.
Maar zodra je de grote stad uitrijdt, richting het Balatonmeer of de kleine dorpjes, verandert het beeld.
Ga je naar een lokale markt voor paprika of worst? Daar hangt een bordje 'Készpénz' (contant). In een klein restaurantje aan het meer, gerund door een oud echtpaar, werkt de pinmachine 'niet'. Of de camping in het zuiden van het Balatonmeer vraagt een borg van 10.000 forint (€25) die alleen cash kan worden betaald.
Neem dus altijd een basisbedrag aan contanten mee. Zo'n €50-€100 aan forint is een veilige buffer voor de 'waar-is-de-pinautomaat' momenten.
Praktische tips: Muntjes, fooien en rekenen
De forint heeft een behoorlijke impact op je dagelijks leven. In deze gids over de Hongaarse munteenheid en wisselkoers lees je er alles over. De munten zijn er van 5, 10, 20, 50, 100 en 200 forint.
De briefgelden zijn 500, 1000, 2000, 5000, 10.000, 20.000. Ja, je leest het goed: een ijsje kost al snel 500 forint.
Een diner 8000 forint. Je portemonnee raakt vol met munten en dikke stapels briefgeld. Het voelt alsof je een miljonair bent, tot je doorrekent. Een paar gouden tips om het leven makkelijker te maken:
- Rekenen als een local: De makkelijkste truc? Deel het bedrag in forint door 400. Dan heb je ongeveer de prijs in euro's. (Bij een koers van €1 = ~400 HUF). Een prijs van 2000 forint? Ongeveer €5. Handig voor een snelle inschatting.
- Fooi geven: In restaurants wordt fooi op prijs gesteld, maar het werkt anders dan in Nederland. Je geeft het contant. Betaal je met pin, dan rond je het bedrag op. Of je schrijft het bedrag op de bon en tekent het totaal. Een fooi van 10% is gebruikelijk bij goed eten. In een simpel eetcafé is het geen vereiste, maar een paar honderd forint is fijn.
- Rond af: Hongaren zijn zuinig, maar beleefd. Laat geen enorme stapel kleingeld op tafel liggen. Neem het wisselgeld altijd aan, tenzij je het echt wilt laten vallen als fooi. Zeg altijd "Köszönöm" (dankjewel) tegen de ober en de kassière.
- Geld op zak: Stop niet al je geld op één plek.